Blog

Treurwilg

27-11-2016 14:37

Ik ben best wel een goede planner, al zeg ik het zelf,  tenminste wat ‘leuke dingen doen’ betreft. Ik ben een minder goede planner op het gebied van ‘wat eten we vandaag’. Ik had ooit een collega die op vrijdag al voor de hele volgende week wist wat ze ging eten. Ik kan dat echt niet, ik weet op vrijdag nog niet waar ik volgende week donderdag trek ik heb, met het gevolg dat ik vaak na mijn werk nog even langs de supermarkt moet om de maaltijd voor die avond bij elkaar te sprokkelen. Vaak doe ik dat bij onze eigenste Plus in Dalen maar soms ook in Hoogeveen bij de supermarkt vlak bij mijn werk. Bij deze supermarkt is het tussen de middag meestal niet zo druk, ze hebben een paar kassa’s waar je alleen met pin kunt betalen, een zelfscan kassa en ‘gewone’ kassa’s. Meestal heb ik maar een paar dingen en sta zo weer buiten. Maar deze keer is het extreem druk en zijn er maar twee kassa’s open. Ik heb geen haast en schuif gewoon aan in de rij die het dichtst bij mij is. In de rij naast mij, die ongeveer even lang is, staat een mevrouw, met een mandje, ook rustig te wachten op een klant voor haar die een behoorlijke volle kar heeft. Achter haar staat een echtpaar met een haast nog vollere kar. Ik zie dat de kassière de twee langer wordende rijen bekijkt en de telefoon pakt. Ik zie de vrouw van het echtpaar met de overvolle kar haar man aanstoten en met priemende oogjes rond begint te kijken. Een eindje verderop gaat een deur open en daar komt de derde kassière aan, de vrouw duwt haar man aan de kant en grijpt het karretje stevig vast. Alsof Fred Oster een hamster heeft losgelaten waarvan je niet weet naar welk poortje deze gaat rennen, staat ze op scherp.  Als ze ziet waar de kassière naar toe loopt zet ze de kar al schuin die kant op, maar de dame voor haar ziet het ook. Die doet een stap naar achteren om ook richting de extra kassa te lopen, maar helaas vollekarmevrouw heeft met een verbeten blik haar sprint al ingezet en staat als eerste in de rij bij de extra kassa, triomfantelijk om zich heen kijkend alsof ze zojuist bij de Olympische spelen de 100 meter sprint heeft gewonnen en wacht op de gouden medaille uitreiking. Haar man, met een gezicht als hoofd treurwilg, sjokt langzaam achter zijn vrouw aan.  Ik sta nu tussen de twee kassa’s in en de mevrouw die dus eigenlijk aan de beurt was roept over mijn hoofd heen: “vindt u dat netjes?” Vollekar voelt zich blijkbaar meteen aangesproken en roept meteen: “die eerst komt, eerst maalt”. “Nee mevrouw, dit heet gewoon ordinair voorkruipen, u was nog niet aan de beurt”. “Had u maar beter op moeten letten” geeft de ander weer van repliek. Hoofd treurwilg trekt aan haar mouw en knikt zonder iets te zeggen, dat ze moet helpen met de spullen op de band te leggen en met andere woorden haar mond moet houden. “In Engeland doen ze dat soort dingen niet, daar wacht iedereen tenminste netjes op zijn beurt”. “Maar we zijn niet in Engeland, we zijn in Nederland” snibt de ander weer terug. “Helaas wel, verzucht de vrouw die inmiddels ook haar spullen op de band legt”.  Vollekar is blijkbaar goed op dreef en niet van plan om haar mond te houden tot groot verdriet van de treurwilg en roept vervolgens “gaat u toch lekker in Engeland boodschappen doen” en ze moet (als enige) schaterlachen om haar eigen grapje. 

Met verbazing bekijk en hoor ik het tafereel aan wat zich over mijn hoofd, de pakjes kauwgum en prepaid kaarten afspeelt. De kassière is begonnen met het scannen van de producten en alles word door de treurwilg netjes ingepakt. Ik weet niet of ik het goed zie maar ik verbeeld me dat het tempo een stuk lager ligt dan normaal, als ze de laatste artikelen heeft gescand, hoor ik haar zeggen: “Oh jee, de kassarol is op, even vervangen” ik ben inmiddels ook aan de beurt om af te rekenen en kijk haar recht in het gezicht, dan geeft ze me een snelle knipoog vlak voordat ze de klep van de kassa openmaakt. Een wat onhandig geklungel met een kassarol volgt en vollekar bekijkt het met stijgende irritatie. Ondertussen loopt de andere vrouw tergend langzaam voorbij met de boodschappentas aan haar arm en roept met een grijns van oor tot oor in onvervalst Engels “BYE BYE, chickens come home to roost”.  Ik heb geen idee wat daar de betekenis van is maar het zal vast iets zijn van ‘boontje komt om zijn loontje’. Bij de vollekar komt het stoom nog net niet uit de oren en ik zie dat ze paniekerig zoekt naar een antwoord, als de andere vrouw bijna de schuifdeuren door is roept ze nog in haar beste steenkolen Engels “Ach, hold your klep”. Ik schiet hardop in de lach, wat mij een dodelijke blik van de vollekar oplevert maar een snelle glimlach van de treurwilg.

Als ik in de auto naar huis zit bedenk ik dat het misschien hoog tijd is voor een “supermarkt kassa etiquette boek”, waarbij luid telefoneren, mensen wel of niet voor laten gaan, c.q. voorkruipen en het gebruik van de ‘tussenbalkjes’ ook aan de orde komen. Ik weet wel iemand die dit boek perfect zou kunnen schrijven en ik weet ook al iemand aan wie ze het eerste exemplaar kan overhandigen.

 

Wijs op Reis

01-11-2016 00:00

Ik ben dol op vakanties of weekendjes weg, bij voorkeur met het vliegtuig omdat dat zo lekker snel gaat maar ook omdat je op Schiphol en andere luchthavens zo heerlijk mensen kunt kijken. In september zaten we voor dag en dauw op Schiphol, we vlogen om 06.00 uur dus waren we er braaf twee uur van te voren en ik was in de onnozele veronderstelling dat het dan wel rustig zou zijn. Dat was dus niet het geval, blijkbaar gingen er nog heel veel mensen een weekendje weg of op een late vakantie. Heerlijk dus voor mij om mensen te kijken en mijn fantasie de vrije loop te laten, het is dan een soort van “Marjo’s eigenste Hello-Goodbye” waar ik  zonder probleem zo 5 afleveringen bij elkaar fantaseer. Ik denk altijd precies te weten wie er met elkaar op reis zijn, waarom en waarheen.

Ik zal je niet vervelen met alle complottheorieën die ik denk te zien van bijvoorbeeld overspelige zakenmannen met hun secretaresses of onschuldige dames die smokkelwaar in hun koffer op wieltjes vervoeren. Echt-reis-genoot begrijpt nooit waarom ik zoveel lol heb op zo’n luchthaven, die is helaas met veel minder fantasiegenen geboren.

Maar natuurlijk zijn er ook de wat serieuzere momenten tijdens zo’n reis, bijvoorbeeld de douane oftewel het hele ‘wat-mag-ik-nu-eigenlijk-wel-of-niet-meenemen’ in mijn handbagage. Voor vertrek check ik voor de zekerheid nog altijd even de regels. Ik ben ooit eens als een ware misdadiger uit de controle rij getrokken omdat ik een kleine nagelvijl in mijn tas had en uiteraard werd deze in beslag genomen want dat is natuurlijk levensgevaarlijk zo’n ding in mijn tas. Kijk dat je geen werpsterren, vleesmessen, sabels en kruisbogen mee mag nemen dat begrijp ik nog wel maar mensen toch,  een ienieminie nagelvijltje waar hebben we het over,  al zou ik mijn uiterste best doen dan kan ik daar nog niemand mee beschadigen. Maar goed, door schade en schande wijs geworden check ik dus de regels. Het hele vloeistoffenverhaal bijvoorbeeld ; je mag dus van alle ‘vloeistofsoorten’ maximaal 100 ml meenemen die je dan ook nog in een hersluitbaar doorzichtig plastic zakje moet vervoeren. En met dat hersluitbaar bedoelen ze niet een boterhamzakje waar je een knuppie in kunt leggen maar zo’n sjiek zip-lock geval. Maximaal mag je dan 1 liter aan vloeistoffen meenemen, ik snap dat parfum, shampoo en doucheschuim vloeistoffen zijn. Maar ik blijf het raar vinden dat mijn tube tandpasta, blik Nivea (goed voor alle ruwe plekken) haarwax en van dat schuimspul voor mijn haar ook onder vloeistoffen vallen met de beste wil van de wereld krijg ik de Nivea en mijn haarwax niet zomaar vloeibaar uit de tube of blik. Maar aan de regels van de luchtvaartmaatschappijen valt niet te tornen dus doe ik braaf alles in kleine potjes en flesjes en alles in plastic ziplock gevallen.

Voor manlief leg ik ook altijd de plastic zip-lock zakjes klaar en druk hem op het hart om toch echt kleine reisflesjes te gebruiken. De keer dat hij 5 flessen van zijn favoriete deodorant die hij in Italië had ingekocht (omdat je die hier niet kunt krijgen) in de kliko zag verdwijnen staan mij en de mevrouw die ze in beslag nam (zelfs na 8 jaar) nog vers in het geheugen. Een paar jaar later probeerde hij bij een Belgische douane meneer een 2 liter fles Dove doucheschuim door de controle te smokkelen, maar ‘amai’ die Belgische meneer was echt niet voor rede vatbaar en ook die verdween in de container. Het vervelende alleen is, dat ik dan de hele reis het gemopper over ‘die stomme’ regels moet aanhoren en hoe ze nu wel niet denken dat hij zich moet wassen en dat dan minstens een keer of 10. Inmiddels zijn we wat vliegreisjes verder en roep ik al dagen van te voren, ‘zullen we gewoon samen met één klein flesje doucheschuim doen, het is maar voor 3 nachten’ en afgezien van het feit dat er nog steeds wat gemopper is gaat hij hiermee akkoord.

Tegenwoordig moet je voordat je de hele boel op de lopende band legt ook alvast de plastic zakjes uit je handbagage halen en deze zichtbaar in de bakken leggen dus die pak ik dan ook als laatste in.

Ik hou er ook al rekening mee dat ik geen broek aan doen waar een riem om moet want dat is ook altijd zo’n gedoe voordat je door de detectiepoort moest. Ik was dus echt op alles voorbereid en mijn bakje kwam dan ook zonder problemen door de controle. Achter me hoorde ik ineens wat gefoeter en gemopper van een bekende stem, toen ik me omdraaide zag ik echtgenoot hevig gebaren tegen de douanemeneer. Ik had geen idee wat er mis kon zijn want hij had dit keer zelfs geen voordeelfles shampoo meegenomen (wat heel onmisbaar is als je kaal bent) toen ik dichterbij kwam zag ik dat een grote bus scheergel het lijdend voorwerp was, ik wierp nog een  smekende blik op de douanemeneer zo van “ik moet nog met hem op reis de komende uren en dagen” maar helaas het mocht niet baten en de bus verdween zonder pardon en excuses in de kliko. Zuchtend hoorde ik weer de hele klaagzang aan en ook het verhaal dat hij er 100 % van overtuigd is dat alle medewerkers aan het eind van de dag de spullen onderling verdelen. Hij weet zeker dat die mevrouw in Italië zijn 5 stuks deodorant aan haar vriend cadeau heeft gedaan.  Over een paar weken gaan we weer, en ik denk dat ik thuis maar alvast de koffercontrole zelf doe en alles in beslag neem wat gemopper kan veroorzaken. Mijn nieuwe vakantieslogan is dan ook “Wees wijs, neem geen grote flessen Dove, scheerschuim en shampoo mee op reis”  

Let it Go

01-09-2016 00:00

Wij zijn op ons dooie akkertje onderweg naar ons favoriete Italië. We hebben besloten niet meer dan 400 km per dag te rijden en overnachten dus twee keer in kneuterige hotelletjes met gebloemde gordijnen, dekbedden waar we volledig in verdwijnen en eten schnitzels zo groot als wagenwielen. Heerlijk relaxed reizen dus met af en toe een stop bij mijn favoriete "raststättes". Bij één van deze stops genieten we van een kop koffie op een heerlijk terras in de zon. Naast ons zitten twee Nederlandse gezinnen met 4 kleine kinderen, de moeders zien er een beetje verhit en gestresst uit. De kinderen eten allemaal een ijsje maar het lekt aan alle kanten over de poezelige knuistjes en de moeders zijn druk in de weer met snoetenpoetsers. Gelukkig is er een speeltuintje naast het terras waar de kinderen, als de ijsjes op zijn, naar toe gedirigeerd worden en de moeders zichtbaar uitgeput even wat krijgen. "Nog 800 kilometer", verzucht de ene moeder. Alsof er geen eind aan komt" zegt de ander. "Ik ben zo blij dat we die entertainmentset nog net voor vertrek gekocht hebben, ik zou niet weten wat ik zonder zou moeten" "Nou echt wel, met een beetje geluk vallen ze na de derde keer Frozen in slaap en hebben we weer even rust" hoor ik ze tegen elkaar zeggen. 

Ik ken ze die entertainmentsetjes in de auto, de schermpjes op de hoofdsteunen van paps en mams en de kinderen zitten met een koptelefoontje op apatisch naar het scherm te kijken. Ik denk terug aan onze vakanties naar Italië vroeger, de bakkerij/winkel draaide nog tot en met zaterdagmiddag, mijn ouders hadden de auto dan op vrijdagavond al volledig ingepakt, klaar om te vertrekken. Mijn zus op de achterbank en een bedje voor mij bovenop de vakantiespullen in de achterbak van de auto. Niet echt “Veilig Verkeer Verantwoord”, verre van dat maar daar keek niemand naar in de 70er jaren.  Wij konden meestal niet wachten om te vertrekken en zaten vaak al rond de middag in de auto. We vertrokken dan om een uur of vijf in de middag en reden de hele nacht door. Stops bij de raststättes midden in de nacht waar het een drukte van belang was, geweldig vond ik dat (toen ook al) mijn moeder had voorin de auto een magische tas met stapels Tupperware bakjes met stukjes kaas, droge worst, augurken, zilveruitjes enz. Kadetjes met kaas, ham en gebakken ei, koffie uit een thermosfles. Hoogtepunt was een plastic bekertje met mini patatjes (chips) of Nibbits met een beetje mayonaise, en onderweg soep eten in een wegrestaurant.

Onze entertainmentset bestond uit het grote Donald Duck Vakantie boek en het grote Tina Vakantieboek. Als het weer licht begon te worden lag ik op mijn bedje naar de immens hoge bergtoppen te kijken, priemende kerktorens in kleine bergdorpjes, eenzame huizen hoog op groene heuvels en vroeg ik me af of de kinderen daar met een bal buiten konden spelen zonder dat deze de berg afrolde de diepte in.

We hadden altijd een wedstrijd wie de eerste waterval zag en daarna gingen we ze tellen. Tunnels vonden we spannend en geweldig en we durfden het niet hardop te zeggen maar files ook. Zodra we in de file stonden kwamen de viltstiften en schetsboeken tevoorschijn en als we dan langs een vrachtwagen reden keken we uit welk land deze kwam en schreven in de bijbehorende taal 'Hallo en goede reis" en hielden dat tegen het raam als we de vrachtauto passeerden.

Arme kindjes met hun entertainmentsetjes en koptelefoontjes starend in het blauwe licht maar die niets zien van het mooie magische berglandschap waar ze doorheen rijden. Ik ben blij dat ik een bedje achterin de auto had en blij met de tupperwarebakjes en het Tina vakantieboek.

Tegen alle entertainmentsetjes-ouders zou ik samen met Elsa willen zeggen, pleur die boel de auto uit, geniet van het uitzicht, ga op zoek naar watervallen en Let it Go !  

Het Groene Monster

26-04-2016 00:00

Ja jaaaa, ik moet nog een stukje schrijven voor de Lelie. Nou ja,  ik moet niets natuurlijk, het is vrijwillig maar als ik niets schrijf heb ik het gevoel dat ik Evelien in de steek laat wat natuurlijk onzin is want er zijn veel mensen die stukjes voor de Lelie schrijven en misschien zijn er ook wel veel lezers die denken; ‘oh ik zou willen dat die Marjo nou eens een keer geen stukje schreef’. Maar helaas voor deze mensen ga ik toch mijn best doen. Ik kijk in mijn telefoon want daar heb ik zo’n handig appje in waar ik steekwoorden opschrijf als me ineens iets te binnen schiet waar ik over wil schrijven.

Het appje is nagenoeg leeg, er staat alleen maar ‘het groene monster’. Het groene monster ? wanneer heb ik dat nu in mijn telefoon gezet en waarom?  Ik moet eerst iets eten want op een lege maag kan ik niet nadenken laat staan schrijven, kopje thee erbij en na een half uurtje zit in weer achter de computer. Dan schuift er een melding onder in mijn scherm omhoog dat ik een mailtje heb, dus ga ik eerst even in mijn mailbox kijken, ik weet toch nog niet wat ik met dat groene monster aan moet.  Jee ik heb 63 ongelezen mailtjes, bijna allemaal rotzooi. Hoe komen al die mensen / organisaties / winkels toch aan mijn e-mail adres, eerst maar eens even opruimen. Het mailtje wat het laatste is binnengekomen is wel een fijn mailtje, mijn nieuwe lees-computerbril ligt klaar bij de brillenmeneer, ik wil de bril heel graag hebben en morgen zijn de winkels dicht in verband met Koningsdag, dus hup in de auto naar Coevorden om mijn nieuwe bril op te halen, dan nog even bij de Hema naar binnen voor oranje Tompoucen, maar die zijn uiteraard al op. Dan maar oranjeslagroomsoesjes, ook heel lekker als ik morgen naar de tv onder mijn dekentje op de bank naar Koningsdag in Zwolle ga kijken. Want je krijgt me morgen met geen stok naar buiten. Vanochtend ben ik in de sneeuw naar mijn werk gereden, het is notabene 26 april, wie bedenkt die onzin, en volgens de voorspellingen is het is morgen kouder dan dat het met de kerstdagen was.  Onderweg naar huis plopt het groene monster weer in mijn hoofd, oh ja ik moet nog voor de Lelie schrijven. Even later zit ik MET NIEUWE BRIL weer achter de computer. Op de achtergrond zie ik berichtjes van Facebook voorbijkomen. Een van mijn Facebook vrienden feliciteert een van mijn vrienden, die was ik dus vergeten. Dus ik moet eerst weer even iets anders doen, al mijn vrienden op Facebook krijgen namelijk een ‘persoonlijke’ kaart van mij die ik zelf maak met een leuke foto van deze persoon die ik dan weer van hun Facebook pagina haal. Ik ben daar 2 of 3 jaar geleden mee begonnen en kan er gewoon niet meer mee stoppen omdat zoveel mensen dit heel erg leuk vinden, maar in de praktijk komt het er dus op neer dat ik op jaarbasis zo’n 325 persoonlijke verjaardagskaarten in elkaar knutsel op de computer. Gemiddeld kost me dit 10 tot 15 minuten en soms nog iets meer als ik iets heel ingewikkelds maak. Gelukkig heeft deze persoon een erg leuke foto van zichzelf op haar pagina staan dus na een kwartiertje kan ik de kaart plaatsen, ook weer klaar.

Voor de zekerheid kijk ik nog maar even of er morgen ook iemand jarig is, maar gelukkig is dat niet het geval. Ik heb het ineens heel erg koud en ga eerst eens even een lekker kopje koffie zetten want als ik het koud heb kan ik niet nadenken en ook niet schrijven. Als ik opsta springen de twee honden ook uit hun mand, ja natuurlijk die moet ik ook nog uitlaten, helemaal vergeten. Dus eerst maar weer een dikke jas aan, sjaal om en hup naar buiten. De lucht is dreigend donker dus ik hoop maar we het droog houden. Na een dik half uur zijn we weer terug, met modderpoten maar ontsnapt aan de zoveelste (natte sneeuw) bui. Eindelijk tijd voor het lekkere warme bakkie koffie en dan zit ik weer achter de computer; “Het groene monster”  het enige wat er in me opkomt is De Hulk maar volgens mij was ik niet van plan om daar over te schrijven.

Mijn mobiel bliept, een berichtje van een vriend uit Ierland die vraagt of ik nog even naar het grafische ontwerp wil kijken wat ik gemaakt heb voor een 

t-shirt, de drukker wil nog een kleine aanpassing. “Geen haast hoor” schrijft hij,  maar als het vandaag nog kan, kunnen ze de shirts zondag misschien aan naar een concert. Natuurlijk wil ik dat wel doen en tover het ontwerp tevoorschijn op mijn scherm, toevallig is groen de hoofdkleur van het ontwerp maar het is geen monster.

Een half uurtje later is de aanpassing klaar en alweer verzonden en krijg ik een blij berichtje terug:  “15 mensen die zondag in een shirt met jouw ontwerp lopen dat is amazing” schrijft hij.

In ieder geval is er één persoon blij vandaag. Als ik verder niets zinnigs op papier krijg, is De Lelie vast niet blij. Dan denk ik, als ik nu gewoon op een zolderkamertje had gezeten, met een pen en papier, geen computer, geen mobiel en dus geen afleidingen dan had ik allang iets zinnigs op papier gehad en nu dus helemaal niets. Ik mocht op de lagere school al nooit aan het raam zitten want volgens mijn juf was ik door een langs vliegende vlinder of vogel al zeker een half uur afgeleid. En dan ineens weet ik weer wat het groene monster is, wat stom dat ik daar nou niet eerder op was gekomen, dat moet dan de volgende keer maar :-)

Tuimelrekje Rel

01-04-2016 00:00

Het is weer eens die tijd van het jaar dat ik mezelf blij mag maken met een bezoek aan de tandarts.

Zoals gebruikelijk loop ik op het laatste moment naar binnen, maar krijg al snel te horen dat mijn afspraak 20 minuten later is vanwege een spoedgeval.

Om mijn zenuwen een beetje af te leiden blader ik in een Jan, Jans en de Kinderen, als er ineens met veel lawaai een vrouw binnenkomt met 3 kleine kinderen.

Aan de ene kant ben ik wel blij met het lawaai wat alle geluiden uit de behandelkamers op de achtergrond laat verdwijnen, aan de andere kant gaat het geschreeuw en gegil wel richting de overschrijding van de decibellen die mijn oren aan kunnen. Ik loer over de rand van mijn stripboek richting de vrouw en zie iets bekends maar kan haar niet meteen plaatsen. Ze probeert wanhopig het kleine spul rustig te houden en dit lukt wonderwel zodra ze snoep tevoorschijn tovert uit haar handtas,  wat ik nogal een bijzondere combinatie vind in de wachtkamer van een tandarts.

Maar als de vrouw niet drie gelijke snoepvarianten kan presenteren barst het gegil uiteraard weer los. Ik had gezien de leeftijd al het vermoeden dat het niet om de moeder van de krijsende schatjes gaat en dat blijkt  te kloppen omdat de kinderen steeds roepen ; “oma Klaasje, het is niet eerlijk”.

De vrouw wappert de kinderen inclusief snoepzakjes richting speelhoek en is inmiddels druk in gesprek met iemand die ze blijkbaar kent en uit de flarden die ik opvang, begrijp ik dat er iets bij haar getrokken gaat worden in verband met een kunstgebit. Dan komt de tandartsassistente uit een behandelkamer en roept de achternaam van de vrouw en door de combinatie van de voor- en achternaam weet ik ineens wie ze is en ben ik in één seconde terug op het speelplein van mijn kleuterschool, ruim 45 jaar geleden. Wij hadden op ons speelplein een zandbak, een klimrek en twee tuimelrekjes; een hoge en een lage. Het hoge rek was veel te hoog voor ons kleuters, ik vroeg me dan ook altijd af of de juffen daar soms stiekem zelf gebruik van maakten als wij naar huis waren.

Bij het lage tuimelrekje stond dan ook altijd een lange rij van wachtende kleuters. Ik was niet echt het ‘haantjedevoorste’ type en liet me regelmatig aan de kant duwen. Het was die dag druilerig weer en er lag een plas onder het tuimelrek waardoor er iets minder belangstelling was, en ik mijn kans schoon zag om eindelijk ook een keer aan de beurt te komen. Vanwege het slechte weer droeg ik mijn rode lakleren regenjasje, ik was  zo trots op die jas. Er zaten stukjes zacht donkerblauw ribfluweel aan de mouwen en verder was het ding knalrood. Er hoorde ook nog een losse capuchon bij maar die wilde ik niet op want dan leek ik op een brandweerman en dat wil je als 5 jarige meisjeskleuter natuurlijk niet.

Ik stond dus te wachten in mijn rode lakjasje en was eindelijk aan de beurt, ik deed mijn best om niet met mijn voeten in de plas te komen en net toen ik aan mijn eerste ‘duikel’ wilde beginnen kwam Klaasje eraan rennen en duwde me bij het rekje weg. Zoveel onrecht kon ik niet aan en duwde haar vervolgens ook weg bij het rekje, ze draaide zich om bedacht zich geen seconde en zette haar scherpe melkgebit tandjes resoluut in mijn linker schouder. Ik schrok van de pijn en toen ik opzij keek, stond de afdruk van haar tanden in het lakleer van mijn favoriete jas, omdat ik naar links keek zag zij haar kans schoon en beet vervolgens in mijn rechter schouder, daardoor werd ik zo boos dat ik haar weer een fikse duw gaf en ze met haar billen in de diepe plas onder het duikelrekje terecht kwam. En Klaasje zette het op een gillen waar een ambulance nog jaloers op zou worden. Intussen was er een  juf op het tumult afgekomen en zag natuurlijk alleen maar mijn duwactie en niet wat er allemaal aan vooraf was gegaan. Voor straf moesten we alle twee naar binnen en moest ik sorry zeggen tegen Klaasje, ik probeerde nog uit te leggen van de beten in mijn schouders en de afdruk in mijn rode lakjasje maar juf wilde er niets van horen. Heel erg boos heb ik toen maar sorry gemompeld en voor straf mochten we niet meer naar buiten. Na de kleuterschool gingen Klaasje en ik gelukkig naar een andere basisschool maar natuurlijk zag ik haar nog wel eens ergens lopen of fietsen en altijd voelde ik weer die boosheid boven komen borrelen die ik toen als klein kleutertje voelde. En nu zit ze dus hier bij de tandarts en moeten er kiezen en tanden getrokken worden. Wie weet in hoeveel schouders ze na mij nog gebeten heeft en tja dat is blijkbaar toch niet goed voor je gebit. Soms ben ik een beetje een slecht mens en voor het eerst in mijn leven zit ik bijna hardop te lachen in de wachtkamer van de tandarts en denk:  “Boontje komt om zijn Loontje” oftewel “Klaasje is het Haasje”.  

Het Groene Monster 2

26-03-2016 00:00

Vorige maand kon ik maar niet voor mezelf duidelijk krijgen waar mijn notitie over het “Groene Monster” nu eigenlijk naar verwees maar zoals schreef, viel het kwartje uiteindelijk toch.  

De reden dat ik de notitie over het groene monster maakte was toen ik naar de tv zat te kijken, en er een bloedmooie (uiteraard slanke) mevrouw vrolijk het podium ophuppelen, ze naam plaats achter een piano, begon te spelen en vervolgens te zingen en alles klonk geweldig. Aansluitend hadden ze nog een interview met haar en bleek ze ook nog heel slim en grappig te zijn. Ik zat hiernaar te kijken en zei een beetje mokkend tegen mijn wederhelft: “het is gewoon niet eerlijk, waarom moet je én mooi zijn en ook nog goed kunnen zingen en piano spelen” “Eén talent is dan veel ‘eerlijker’ dus, of je bent een beetje lelijk en je kunt goed zingen of je bent mooi maar kunt niet goed zingen en zeker geen piano spelen en ook nog eens slim zijn.  “Je hebt last van het groene monster, je bent gewoon stikjaloers”, zei manlief.

Terwijl ik naar een gevat antwoord zat te zoeken vroeg ik me af waar die uitdrukking van het groenen monster en ‘groen zien van jaloezie’ eigenlijk vandaan kwam. Groen is naast blauw namelijk mijn lievelingskleur en wat heeft die kleur nu hiermee te maken. Na wat speurwerk bleek dat we daarvoor meneer Shakespeare aan de jas moeten trekken die is namelijk de bedenker van deze uitdrukking en gebruikte dit voor het eerst op schrift in het wereldberoemde verhaal over Othello zijn prachtige vrouw Desdemona. In deze tragedie lijdt de hoofdpersoon Othello aan een vorm van ziekelijke jaloezie. De jaloezie van Othello gaat alle perken te buiten en veroorzaakt enorm veel narigheid. Uiteindelijk zal de jaloezie zelfs leiden tot de dood van zijn geliefde Desdemona.

Nu denk ik dat veel mensen af en toe wel last hebben van deze negatieve karaktereigenschap, snel denkt je dan aan gedoe in de ‘relationele’ sferen. Je partner die op een feestje net iets te veel met die ene knappe, jonge, charmante kennis aan het dansen is terwijl jij zielig alleen aan een tafeltje in een hoekje zit, bijvoorbeeld.

Maar het komt natuurlijk niet alleen in de liefde  voor, maar kan ook gewoon een ‘huis, tuin en keuken’ gevalletje van jaloezie zijn, op het werk, sportvereniging of in vriendschappen. Bijvoorbeeld een collega die ieder jaar een nieuwe auto koopt en jij al 5 jaar rondtuft in een 15 jaar oud gebakje op wielen ? Een kennis die na 3 bevallingen nog steeds in haar spijkerbroek van de middelbare school past. Of zit ik dan nu op een verkeerd spoor, want is dat nu jalouzie of afgunst ?

Gelukkig hebben we google en schrijft men dat jalouzie een van de meest emotionele eigenschappen is en één van de zeven hoofdzonden.  Maar jaloezie en afgunst worden vaak door elkaar gebruikt. Toch zit er verschil in. Kort door de bocht gezegd: als je jaloers bent, dan ben je bang om iets te verliezen dat je hebt. Als het om afgunst of nijd gaat, dan wil je iets dat een ander heeft en jij niet. Aangezien ik absoluut niet kan pianospelen en ook niet kan zingen was het bij mij dus een typisch gevalletje van afgunst.

Bij een acute aanval van jaloezie kunnen er zelfs lichamelijke symptomen optreden als spierspanning, rillingen en duizeligheid. Jaloezie is één van de schadelijkste emoties die je kunt hebben want het beïnvloedt niet alleen jou maar ook je omgeving. Nou gelukkig is het bij mij niet zo extreem en mag die leuke, knappe, grappige, slanke pianospelende zangeres lekker blijven doen wat zij doet en hoef ik niet met haar te ruilen en is het bij mij volgens mij gewoon een soort van doorgeslagen bewondering. Als ik dat als gevat antwoord geef aan manlief is het even stil en zegt hij “Bewondering is jalouzie in een net pak” tegen zoveel onverwachte wijsheid heb ik niets meer in te brengen en ben daar dan stiekem eigenlijk wel een beetje jaloers op.

 

Zinloos

01-02-2016 00:00

Ik vind 'zinloos geweld' een rare omschrijving. Geweld en agressie zijn voor mij altijd honderd procent zinloos. Gelukkig ben ik zelf nog nooit met echt geweld in aanraking gekomen, wel eens met agressie maar dan vooral verbaal en met name in mijn werkomgeving en gelukkig niet op het persoonlijke vlak.

Kijk eens op dinsdagavond naar 'opsporing verzocht', dan besef je dat grof geweld helaas aan de orde van de dag is en echt niet alleen in grote steden voorkomt. Als je dan ook nog in deze tijd (klein) kinderen hebt is het ook niet zo raar dat je je daar wel eens zorgen over maakt. Als je op zondagochtend het bed uit moet rond een uur of zes voor een sanitaire noodzakelijkheid en ontdekt dat ze nog niet thuis zijn, is het soms best een opluchting als je op je mobiel ziet dat ze een berichtje hebben gestuurd dat ze bij een vriend zijn blijven slapen. 

Vanaf het moment dat het uitgaan begon roep ik altijd: 'als er trammelant is, de andere kant op lopen graag, bemoei je er niet mee, voordat je het weet ben jij het slachtoffer’. Misschien een beetje laf van mij maar ja het is wel mijn kind.

Stel, dat iemand in uw familie tijdens een avond stappen zo uit het niets een flinke kaakslag krijgt, ik ben benieuwd wat u dan zou u doen? Mijn reactie zou zijn: “Hup naar de politie en aangifte doen, zijn ze nu helemaal gek geworden??”. 

Ik zal u vertellen hoe zo'n gesprek op het politiebureau dan tegenwoordig gaat. Een vriendelijke agent die 'aangiftedienst' heeft ontvangt je in een apart kamertje. Vervolgens gaat hij een aantal vragen stellen om helder te krijgen wat er precies is voorgevallen.  Dan gaat hij vragen of je weet wie de dader is en of er getuigen waren die ook kunnen bevestigen wie het is en hoe het allemaal gegaan is. Vervolgens moet je vertellen hoeveel pijn je hebt gehad en hoeveel pijn je nog steeds hebt. Of je naar de eerste hulp of huisarts bent geweest. Als alles genoteerd is komt de belangrijkste vraag: “weet je wel zeker dat je aangifte wilt doen?" “Uh....ja waarom zit ik hier anders". Dan gaat deze aardige agent uitleggen dat wanneer je aangifte doet de dader krijgt te horen dat JIJ aangifte hebt gedaan. Dit kan voor jou, als slachtoffer, behoorlijke gevolgen hebben. De dader zal namelijk niet zo blij zijn dat je oom agent op zijn dak hebt gestuurd en zou hiervoor wel eens wraak kunnen gaan nemen. Hij zou bijvoorbeeld bij je eerstvolgende avondje stappen een paar van zijn vriendjes kunnen regelen en jou opwachten als je op je fiets onderweg naar huis bent. Als het tot een veroordeling komt, bij mishandeling is dat ongeveer 4 jaar, dan zal hij jouw naam in die 4 jaar goed in zijn geheugen prenten en je zeker niet dankbaar zijn dat je hem een lesje hebt geleerd en na het vrijlaten je wellicht alsnog gaan opzoeken om wraak te nemen.

Natuurlijk kun je bij een volgende confrontatie of bedreiging met dezelfde persoon 0900-8844 (geen haast) of 112 (grote haast) bellen,  “maar ja”, zo zegt de agent; “wij zijn wel snel, maar zelfs met sirene en zwaailicht duurt het nog even en in een paar minuten kan er heel veel gebeuren, met een mes en zo…………”

Nou ben ik niet zo heel snel sprakeloos maar na dit aangehoord te hebben was ik wel degelijk met stomheid geslagen. In een hele snelle vertaling kwam het er eigenlijk op neer dat het niet zo verstandig en slim was om aangifte te doen, wel heel dapper natuurlijk, maar toch ook wel met een groot risico voor jezelf. Het tweede advies was om in het vervolg als iemand probeerde ‘iets uit te lokken’ dit vooral te negeren, de andere kant opkijken, niet reageren (na een kaakslag ?) en misschien was het maar het beste om moeders advies op te volgen en de andere kant op te lopen. Er zou wel aan de naam van het slachtoffer een notitie komen te hangen, mocht deze persoon in de toekomst contact opnemen met 112 vanwege weer een mishandeling dan zou er misschien nog iets sneller gereageerd kunnen worden. En ook aan de naam van de dader kwam een notitie te hangen, als het dan nog véél vaker zou voorkomen kon het zomaar zijn dat de officier van justitie eventueel een keer op het idee zou kunnen komen om deze persoon op het matje te roepen, in dat geval bleef de naam van degene die aangifte hadden gedaan dan wel geheim, dus minder risico.

Met een katerig gevoel van ‘ik leef in een omgekeerde wereld’ en alsof ik zelf een kaakslag had gehad zat ik later thuis. Voor mij was dit nu een typisch geval van zinloze aangifte in plaats van zinloos geweld. 

Vergeten, afgeleid en kwijt

27-01-2016 00:00

Oké, even een gewetensvraag. Zou u tijdens een plaspauze, bijvoorbeeld onderweg naar uw vakantiebestemming, één van uw gezinsleden vergeten en dit pas ontdekken na 100 km ?

Het klinkt mij als een broodje aap verhaal in de oren maar het schijnt toch waar gebeurd te zijn. Een man die onderweg was met zijn vrouw en zoon maakt een tussenstop langs de snelweg.

Zijn vrouw lag te slapen op de achterbank toen de man en zijn zoon de auto verlieten voor een sanitaire stop. De vrouw was inmiddels ook wakker geworden en bedacht dat ze erg veel zin had in koekjes en deze dus even ging halen in de winkel bij de benzinepomp.

Man en zoon vertrokken weer met de auto, zoon voorin naast vader druk bezig met een spelletje op zijn mobiel en vader natuurlijk druk met het verkeer, zonder te controleren of moeders de vrouw nog lekker op de achterbank lag te knorren.

Ik zie het helemaal voor me dat het zoontje op een gegeven moment denkt: “goh ik heb wel zin in iets lekkers, want moeders hebben onderweg van- en naar een vakantiebestemming altijd een grote “Tante-Pollewop-tas” met proviand bij zich.

Een lekker kadetje met kaas, ham of gebakken eitje, een blokje kaas of droge worst, opgerolde pannenkoek met jam of nutella, zakje chips of een pepermuntje. Dus zoon roept richting de achterbank  ‘mam mag ik iets lekkers.. ???”

“Mam……maaahaaaaaaam !!” en dan, na nog een keer goed kijken ontdekken ze dat er niemand meer onder het fleecedekentje ligt op de achterbank. En wat dan, natuurlijk controleren ze eerst of de tas met proviand er nog staat want op een lege maag kun je niet helder denken en dan maar hopen dat moeder haar mobiel bij zich heeft. Volgens het nieuwsbericht had de moeder intussen meermaals haar echtgenoot proberen te bellen maar kreeg hem niet te pakken, bellen tijdens het rijden mag natuurlijk ook niet.

Uiteindelijk lukte het wel en maakt de man rechtsomkeert. De krant wist nog te melden dat de dame pisnijdig was en ze de auto een schop heeft gegeven (alsof die schuld had) en dat het niet bekend was of het echtpaar nog steeds samen is.

Nu moet ik u eerlijk bekennen dat ik dol ben op die grote winkels die ze in Duitsland langs de snelweg bij de pompstations hebben. Een winkel vol allemaal leuke prullaria en lekkere dingen zoals chocolade, koekjes en hartige snacks.

Ook is er vaak een mooi ruim restaurant bij en een heel uitgebreid ontbijt/lunch/diner buffet. Daar kunnen ze hier bij benzinepomp nog wat van leren, met hun sta tafels, automaten koffie en verschrompelde gehaktstaven waarvan je nooit precies weet hoeveel dagen die al achter het raampje liggen te pruttelen.

En dan heb ik het nog niet eens over de Duitse superschone toiletten, met heerlijk ruikend schuimzeep om je handen te wassen. Voor deze toiletten moet je dan wel betalen maar de helft van dat bedrag kun je dan weer besteden in die shop, hoe geweldig (en slim) is dat ?

Dus als je mij daar loslaat en manlief zou niet in de gaten hebben dat ik niet meer op de achterbank lig, dan ben ik ervan overtuigd dat ík niet eens zou merken dat hij alweer vertrokken was en ik zou zeker niet de politie gaan bellen.

Laat mij maar lekker rondneuzen tussen alle prullaria en één of twee curry bratwürst(en) nuttigen. Maar goed dit was ergens in Argentinië en ik weet natuurlijk niet of ze daar van die lekkere curry bratwürsten hebben, misschien stond het arme mens gewoon buiten met haar zakje koekjes, geen wonder dat ze dan pisnijdig was. Een snelle zoektocht op het internet geeft aan dat dit fenomeen toch veel vaker voorkomt dan verwacht, het vreemde hieraan is wel dat het eigenlijk altijd de mannen zijn die hun vrouw vergeten, dat geeft toch enig stof tot nadenken.

Een klein oproepje op FB onder mijn (vooral Engelse) vrienden brengt weer aan het licht dat een aantal ooit als kind is vergeten, door hun moeder dan wel weer. Eén persoon vertelde dat zijn moeder in de bus uit het raam zat te kijken en iemand zag lopen met een kinderwagen en die moeder dacht: ‘’hee zo’n kinderwagen heb ik ook” en vervolgens in paniek ontdekte dat baby Tony nog in die kinderwagen bij de bakker geparkeerd stond. Dit was nog in het tijdperk zonder mobiele telefoons dus het arme mens moest bij de eerste de beste halte rechtsomkeert maken en aangekomen bij de bakker bleek dat ze de kinderwagen voor de zekerheid maar even binnen hadden gezet en lag het vergeten kind heerlijk te sabbelen op een broodkorst. Ons geheugen is een fascinerend iets, zo kunnen we zonder enig probleem dingen uit onze kindertijd naar boven halen of feilloos de tekst van een liedje meezingen die je 20 jaar geleden op een cassettebandje had staan, maar tegelijkertijd weet je dan niet meer waar je sleutels liggen. Onderzoekers denken dat we herinneringen van onze eerste 3 à 4 levensjaren doelbewust wissen, de reden daarvan is dat ons brein onze vroegste belevenissen wist om plaats te maken voor nieuwe cellen. Ik weet niet of het waar is, wat ik wel weet dat ik soms in de bijkeuken of slaapkamer sta om iets te pakken maar niet meer weet wat, als ik me dan omdraai en een paar passen terugloop weet ik het ineens weer.

Volgens mij is ons geheugen gewoon een selectief iets die te pas en te onpas een deurtje op slot draait en dan ineens alles weer opengooit, gewoon voor de grap om het allemaal een beetje spannend te houden.

En als ik weer eens iemands naam vergeten heb, of ik weet echt niet meer waar mijn leesbril ligt dan troost ik me met mooie spreuk van een oude wijsgeer : “Vergeetachtigheid is een vorm van vrijheid”  en misschien was de bestuurder uit het begin van mijn verhaal daar ook wel naar op zoek.

 

Domme Takkie

01-01-2016 00:00

Op onze tafel lagen 2 briefjes van 20 en 1 briefje van 5 euro. Vraag me niet meer waarom, het lag klaar voor iets of iemand, gewoon midden op onze eettafel.

Onze oudste hond is groot genoeg om op tafel te kunnen loeren als hij op zijn achterpoten staat, wij laten dan ook nooit een gehaktbal of iets anders wat maar enigszins op eten lijkt onbewaakt op tafel liggen want dat is verdwenen zodra je je omdraait. Maar briefjes van 20 en 5 euro lijken in de verste verte niet op een sappige gehaktbal en toch was het voor hem blijkbaar nodig om ze van de tafel te graaien. Uiteraard waren deze stukjes papier niet waar hij op gehoopt had en bleven ze ongemerkt op de grond liggen. Nou ja niet helemaal ongemerkt want hond nummer twee had er toch meer dan normale interesse voor en de briefjes verdwenen dan ook in zijn mand waar ze aan een grondig onderzoek werden onderworpen. Toen ik op een gegeven moment langs de hondenmand liep zag ik allemaal rare snippers in de mand liggen, ik dacht eerst nog dat het om een enveloppe of een reclamefolder ging maar toen ik ze uit de mand haalde herkende ik in de tientallen snippers toch echt de bankbiljetten.  Een paar woorden die niet voor herhaling vatbaar zijn en een lange puzzel volgden. Hoe ziet zo’n bankbiljet er eigenlijk uit als het gewoon helemaal aan elkaar zit, dat moest ik toch even opzoeken op het internet. Bijna een heel rolletje plakband kwam er aan te pas maar de bankbiljetten waren met een beetje fantasie weer een herkenbaar.

Volgens de informatie op internet bleven beschadigde bankbiljetten een geldig betaalmiddel maar kon je ze ook inleveren bij de bank. Dus op naar de bank met mijn met veel liefde aan elkaar geplakte bankbiljetten:

 “Het spijt me mevrouw Klingenberg maar wij hebben geen contant geld meer in onze bankfillialen”, zei de bankfilliaalbaliedame.

“Nou lieve schat, dat hoeft ook helemaal niet, ik ben al bijna mijn hele leven klant bij jullie, hier is mijn bankpas, ID-kaart en rijbewijs, dan geef ik jou mijn ‘plakbiljetten’ en jullie maken het geld gewoon over naar mij, hoe makkelijk kan het zijn”. “Helaas is dit niet mogelijk, de biljetten moeten naar De Nederlandse Bank gestuurd worden” zei ze met een grote glimlach, alsof ze me zojuist vertelde dat ik de lotto gewonnen had. Ik had het briljante verzoek aan haar dat zij dit dan vast wel even voor mij wilden doen, maar je voelt hem al aankomen dit was zelfs voor bank die heel graag heel veel service wil verlenen een onmogelijke opdracht. Ze kon me wel een linkje geven van De Nederlanse Bank en dan kon ik heel gemakkelijk een formulier downloaden en dan het geld met het formulier opsturen, dat moest ik wel even aangetekend doen natuurlijk want stel je voor dat het zoek zou raken, dat zou toch wel heel vervelend zijn. “En, begrijpt u ons goed mevrouw Klingenberg het is geen kwestie van niet willen maar gewoon niet kunnen” en ze trok er een heel verdrietig gezicht bij’.  Ach ja aangetekend versturen, het zijn de kosten ook niet, ‘maar’ € 7,95 kost dat tegenwoordig en ik wilde toch graag mijn geld terug, dan moest ik er ook maar wat moeite voor doen.  Thuisgekomen besloot ik toch nog een mailtje/klacht naar de klantenservice van mijn bank te sturen.  Heel kort legde ik uit dat de hond de biljetten kapot had gemaakt en dat ik het toch raar vond dat mijn bank niet de service kon verlenen om dit voor mij te regelen.

De volgende dag kreeg ik een mail terug die ik met grote verbazing las, niet zozeer vanwege het antwoord maar wel vanwege het taalgebruik;  

 

Geachte mevrouw Klingenberg,

Hartelijk dank voor uw vraag over de kapotte bankbiljetten die uw hond heeft verscheurd in veel kleine stukjes. Uw hond heeft u wel laten schrikken en ook daarbij nog eens flink aan het werk gezet. Ik kan me goed voorstellen dat het nog een hele klus moet zijn geweest om alle snippertjes weer bij elkaar te zoeken en aan elkaar te plakken. Helaas is het niet mogelijk om de biljetten bij ons kantoor in te leveren maar gelukkig kan dit wel bij De Nederlandse Bank. Ik stuur u onderaan de pagina een linkje mee voor de procedure.

Mocht u nog verdere vragen hebben, dan hoor ik dat graag. Ik wens u voor nu nog een fijne avond en natuurlijk de beste wensen voor een mooi 2016 uiteraard samen met uw hondje. Hopelijk zal uw lieve hond in het nieuwe jaar niet nog meer biljetten verscheuren.

Met vriendelijke groeten,

Ik dacht nog, staat in mijn klantendossier ergens geschreven dat ik 5 ben in plaats van 50+? Waarschijnlijk heeft deze klantenservicemevrouw een cursus ‘meelevendheid in Jip en Janneke taal’ moeten volgen om op de afdeling ‘lastige mailtjes van domme klanten’ te mogen werken.

Mijn handen jeukten om een jolige mail terug te sturen maar ik wist dat het verspilde moeite zou zijn en besloot maar braaf het formulier te downloaden. Onderaan stond in piepkleine letters dat het wel even kon duren voordat het bijgeschreven was maar zeker niet langer dan 3 maanden. Ik had daar uiteraard alle begrip voor want ik verwacht dat er een groot onderzoeksteam zich op mijn biljetten moet storten en ze binnenkort nog een speekseltest bij de hond af komen nemen. Intussen zorg ik dat de hond genoeg botten heeft om op te kauwen en ben ik inmiddels op bladzijde 182 van het grote Jip en Janneke boek beland: “Domme Takkie”

Traplopers zijn Doodlopers

13-12-2015 10:46

Dat ik niet de meest sportieve persoon ter wereld ben is een bekend gegeven. Van wandelen hou ik wel en dat doe ik dan ook dagelijks, met de honden, in weer en wind, dat is voor mij geen enkel probleem.

Maar heel soms dan komt er toch ineens iets sportiefs boven borrelen, ik probeer het te onderdrukken maar een soort van (overmoedig) enthousiasme neemt dan de overhand en er is geen houden meer aan.

Op het internet zag ik een oproep voor een trapklim-uitdaging die een maand zou duren, nou is dat een periode die prima te overzien is. Het plan was als volgt, iedere dag thuis je trap op en neer ; dag 1; 1 keer / dag 2; 2 keer / dag 3; 3 keer enz. en zo zou je dan op dag 30 je trap 30 keer op en neer kunnen lopen.

Doodsimpel natuurlijk, het was dan uiteraard wel de bedoeling dat deze ‘beklimmingen’ achter elkaar uitgevoerd zouden worden dus niet verspreid over de dag, ook geen enkel probleem….dacht ik. Iedere dag plaatste de ‘persoonlijke trapklim coach’ een inspirerend en motiverend filmpje op het internet om uit te leggen welke beklimming er die dag plaats zou vinden.

 

Dag 1 begon met een kleine warming-up normaal doe ik dat natuurlijk ook niet als ik de trap opren omdat ik iets in de badkamer of slaapkamer vergeten ben maar ik besloot braaf om met haar mee te doen.

 

Bij dag 2 kregen we weer een warming up en gaf ze ook aan voldoende water te drinken, beetje overdreven naar mijn mening bij 2 trapbeklimmingen maar goed, zij was de coach. Bij dag 3 moesten we ook ineens push up oefeningen doen op de eerste treden van de trap…….hmmm dat was niet de bedoeling natuurlijk, wat is daar het nut van dacht ik een beetje opstandig. Onze trap begint ook nog eens met een soort van bocht en de traploop-coach had een gewone rechte trap dus die opmerking schreef ik ook een beetje mopperig onder het filmpje van dag 3, een andere medeklimmer wist bijdehand te melden dat zij ook zo’n trap had en de push up oefeningen gewoon tegen een deur gedaan konden worden, dat was nu weer jammer. Vanwege de angst dat er steeds meer ‘rek en strek en push up, squad en grondoefeningen bij zouden komen bekeek ik de filmpjes vanaf dat moment maar niet meer.

 

Het traplopen ging vanaf dag 6 ook al een stuk minder, mijn conditie liet blijkbaar nogal wat te wensen over. Ik raakte door hevige vermoeid- en ademloosheid ook steeds de tel kwijt. Een collega adviseerde om knikkers bovenaan de trap te leggen zodat, als ik boven kwam, ik er steeds één mee kon nemen en niet zelf niet hoefde te tellen, waren de knikkers op, was ik dus klaar. Geweldig idee maar je begrijpt het al; geen knikker in het hele huis te vinden. Wel lag er een grote zak met chocolade pepernoten, ook heel handig voor het tellen, maar die smelten in je je broekzak, zeker als je zo intensief aan het traplopen bent, dan maar in de mond als ik weer naar beneden liep, dat gaf ook een beetje afleiding tijdens het klimmen en afdalen. Vanaf dag 11 werd het wel heel erg verschrikkelijk zwaar en ging ik (tussen de beklimmingen door) even een rondje om de tafel lopen in de keuken om weer wat op adem te komen voordat ik aan de volgende beklimming begon. 

Op tafel stond een schaaltje met  bananenschuimpjes en aangezien de afdaling  wegens vermoeidheid steeds langzamer ging had ik die ‘tel-pepernoot’ natuurlijk allang op en was een schuimpje ook weer een fijne afleiding. 

 

Vanachter zijn laptop bekeek zoonlief het gepuf en gesteun en vroeg wat het zo vaak achterelkaar beklimmen van de trap nu eigenlijk voor zin had. Ik gaf aan dat het gewoon een uitdaging was en het inderdaad eigenlijk niet zo heel erg veel zin had, maar dat bijvoorbeeld het lopen van een marathon ook niet zo heel erg veel zin heeft, dat je niet onderweg even gezellig kunt shoppen of een goed gesprek kunt voeren met je medelopers en dat het spelen van een voetbalwedstrijd ook niet echt veel zin heeft en bijvoorbeeld bijdraagt aan de wereldvrede of iets dergelijks, deze discussie was daardoor dus heel snel ten einde.  Vanaf dag 14 kreeg in een stekende pijn in mijn linkerknie tijdens het traplopen en eigenlijk ook tijdens het gewone wandelen, niet leuk dus.

Mijn collega’s die op een dagelijkse basis mensen met onder andere knieproblemen zien gaven ook aan dat het beter was om te stoppen, en wilden mij ook met alle plezier in een stevige kniebrace hijsen.

Eigenwijs als ik ben probeerde ik dag 15 toch nog vol te maken, maar na de derde beklimming lukte het echt niet meer.  “Ach je moet het maar van de positieve kant bekijken” riep mijn wederhelft, “je bent toch nog halverwege gekomen, wie had dat nu verwacht”. Nee, dat had helemaal niemand verwacht natuurlijk en gezien de pijn aan mijn knie was stoppen ook het beste advies. 

Ik trok mijn jas aan voor een stevige wandeling, ook veel verstandiger dan dat traplopen, met stevige pas ging het linea recta richting de supermarkt want het was hoog tijd om de voorraad chocolade pepernoten en bananenschuimpjes aan te vullen wat dan weer niet zo verstandig was maar wel heel erg lekker. 

1 | 2 | 3 | 4 | 5 >>