Treurwilg

27-11-2016 14:37

Ik ben best wel een goede planner, al zeg ik het zelf,  tenminste wat ‘leuke dingen doen’ betreft. Ik ben een minder goede planner op het gebied van ‘wat eten we vandaag’. Ik had ooit een collega die op vrijdag al voor de hele volgende week wist wat ze ging eten. Ik kan dat echt niet, ik weet op vrijdag nog niet waar ik volgende week donderdag trek ik heb, met het gevolg dat ik vaak na mijn werk nog even langs de supermarkt moet om de maaltijd voor die avond bij elkaar te sprokkelen. Vaak doe ik dat bij onze eigenste Plus in Dalen maar soms ook in Hoogeveen bij de supermarkt vlak bij mijn werk. Bij deze supermarkt is het tussen de middag meestal niet zo druk, ze hebben een paar kassa’s waar je alleen met pin kunt betalen, een zelfscan kassa en ‘gewone’ kassa’s. Meestal heb ik maar een paar dingen en sta zo weer buiten. Maar deze keer is het extreem druk en zijn er maar twee kassa’s open. Ik heb geen haast en schuif gewoon aan in de rij die het dichtst bij mij is. In de rij naast mij, die ongeveer even lang is, staat een mevrouw, met een mandje, ook rustig te wachten op een klant voor haar die een behoorlijke volle kar heeft. Achter haar staat een echtpaar met een haast nog vollere kar. Ik zie dat de kassière de twee langer wordende rijen bekijkt en de telefoon pakt. Ik zie de vrouw van het echtpaar met de overvolle kar haar man aanstoten en met priemende oogjes rond begint te kijken. Een eindje verderop gaat een deur open en daar komt de derde kassière aan, de vrouw duwt haar man aan de kant en grijpt het karretje stevig vast. Alsof Fred Oster een hamster heeft losgelaten waarvan je niet weet naar welk poortje deze gaat rennen, staat ze op scherp.  Als ze ziet waar de kassière naar toe loopt zet ze de kar al schuin die kant op, maar de dame voor haar ziet het ook. Die doet een stap naar achteren om ook richting de extra kassa te lopen, maar helaas vollekarmevrouw heeft met een verbeten blik haar sprint al ingezet en staat als eerste in de rij bij de extra kassa, triomfantelijk om zich heen kijkend alsof ze zojuist bij de Olympische spelen de 100 meter sprint heeft gewonnen en wacht op de gouden medaille uitreiking. Haar man, met een gezicht als hoofd treurwilg, sjokt langzaam achter zijn vrouw aan.  Ik sta nu tussen de twee kassa’s in en de mevrouw die dus eigenlijk aan de beurt was roept over mijn hoofd heen: “vindt u dat netjes?” Vollekar voelt zich blijkbaar meteen aangesproken en roept meteen: “die eerst komt, eerst maalt”. “Nee mevrouw, dit heet gewoon ordinair voorkruipen, u was nog niet aan de beurt”. “Had u maar beter op moeten letten” geeft de ander weer van repliek. Hoofd treurwilg trekt aan haar mouw en knikt zonder iets te zeggen, dat ze moet helpen met de spullen op de band te leggen en met andere woorden haar mond moet houden. “In Engeland doen ze dat soort dingen niet, daar wacht iedereen tenminste netjes op zijn beurt”. “Maar we zijn niet in Engeland, we zijn in Nederland” snibt de ander weer terug. “Helaas wel, verzucht de vrouw die inmiddels ook haar spullen op de band legt”.  Vollekar is blijkbaar goed op dreef en niet van plan om haar mond te houden tot groot verdriet van de treurwilg en roept vervolgens “gaat u toch lekker in Engeland boodschappen doen” en ze moet (als enige) schaterlachen om haar eigen grapje. 

Met verbazing bekijk en hoor ik het tafereel aan wat zich over mijn hoofd, de pakjes kauwgum en prepaid kaarten afspeelt. De kassière is begonnen met het scannen van de producten en alles word door de treurwilg netjes ingepakt. Ik weet niet of ik het goed zie maar ik verbeeld me dat het tempo een stuk lager ligt dan normaal, als ze de laatste artikelen heeft gescand, hoor ik haar zeggen: “Oh jee, de kassarol is op, even vervangen” ik ben inmiddels ook aan de beurt om af te rekenen en kijk haar recht in het gezicht, dan geeft ze me een snelle knipoog vlak voordat ze de klep van de kassa openmaakt. Een wat onhandig geklungel met een kassarol volgt en vollekar bekijkt het met stijgende irritatie. Ondertussen loopt de andere vrouw tergend langzaam voorbij met de boodschappentas aan haar arm en roept met een grijns van oor tot oor in onvervalst Engels “BYE BYE, chickens come home to roost”.  Ik heb geen idee wat daar de betekenis van is maar het zal vast iets zijn van ‘boontje komt om zijn loontje’. Bij de vollekar komt het stoom nog net niet uit de oren en ik zie dat ze paniekerig zoekt naar een antwoord, als de andere vrouw bijna de schuifdeuren door is roept ze nog in haar beste steenkolen Engels “Ach, hold your klep”. Ik schiet hardop in de lach, wat mij een dodelijke blik van de vollekar oplevert maar een snelle glimlach van de treurwilg.

Als ik in de auto naar huis zit bedenk ik dat het misschien hoog tijd is voor een “supermarkt kassa etiquette boek”, waarbij luid telefoneren, mensen wel of niet voor laten gaan, c.q. voorkruipen en het gebruik van de ‘tussenbalkjes’ ook aan de orde komen. Ik weet wel iemand die dit boek perfect zou kunnen schrijven en ik weet ook al iemand aan wie ze het eerste exemplaar kan overhandigen.